
Cyberpesten
Cyberpesten,digitaal pesten of digipesten is het pesten via internet. Dit gedrag komt zowel tussen kinderen en tieners thuis en op school als tussen collega's op het werk voor. Daar noemt men deze vorm ook wel Mobbing.
Er zijn verschillende manieren om te cyberpesten. Het kan gaan om kwetsende of bedreigende e-mails of bedreigingen of lastig gevallen worden via chatprogramma's als MSN. Er kunnen beledigende pagina’s met foto’s, video's of persoonlijke gegevens van het slachtoffer op internet geplaatst worden. Er kan sprake zijn van "stalkingactiviteiten", waarbij een of meerdere daders doelbewust een slachtoffer lastig blijft vallen en er kan op fora en vrij bewerkbare pagina’s, zoals Wikipedia,beledigende of bedreigende informatie geplaatst worden.
De Kenmerken van Cyberpesten:
- Cyberpesten gebeurt vaak anoniem. De daders voelen zich veilig, ongenaakbaar en onherkenbaar, waardoor ze weinig terughoudend zijn.
- Cyberpesten is soms harder dan "gewoon" pesten. Omdat dader en slachtoffer niet in direct contact met elkaar staan, maar enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven ook hierdoor grenzen en gaat de dader verder, omdat deze zich niet geremd voelt. Waardoor ook meerdere mensen het misschien/waarschijnlijk te weten komen.
- Niet enkel fysiek of sociaal dominante personen doen aan cyberpesten. Door zijn kennis over het internet voelt de dader zich vaak machtiger dan het slachtoffer en denkt dan 'veilig achter de computer' zijn slag te kunnen slaan.
- Het slachtoffer voelt zich onveiliger dan bij gewoon pesten want hij is nergens vrij; niet op het werk, school of thuis.
- De impact van cyberpesten is in potentie veel groter dan bij gewoon pesten, omdat er veel meer toeschouwers zijn door het medium internet.
- Cyberpesten is vaak niet terug te draaien – op internet blijven de gegevens vaak gewoon staan, zodat het slachtoffers er jaren nadien nog mee geconfronteerd kan worden. Werkgevers die via internet informatie over sollicitanten opzoeken, kunnen bij hun zoektocht ook cyberpesten tegenkomen, waardoor zij zich misschien minder geroepen voelen om de gepeste persoon in dienst te nemen.
- Slachtoffers, medeweters én daders die er mee te maken hebben zijn hierover vaak niet open.
Wat kan je er tegen doen?
9 tips om er tegen op te treden:
- Denk niet te lichtzinnig over pesten
Bob van der Meer, oprichter van pesten.net, definieert pesten als volgt: "Het systematisch uitoefenen van fysieke en/of geestelijke mishandeling door één of meerdere individuen op een persoon die niet in staat is zichzelf te verdedigen." Een pestslachtoffer kampt vaak zijn hele leven met de gevolgen: een gebrek aan zelfvertrouwen, sociale en emotionele problemen en in het ergste geval depressies of zelfmoord(gedachten). In tegenstelling tot een plagerij is bij pesten sprake van een machtsverschil. Pesten houdt nooit vanzelf op, waarschuwt Van der Meer. "Het verdient een structurele aanpak." - Vind niet in je eentje het wiel uit
"Iedere school hoort een anti-pestbeleid te hebben", stelt Bob van der Meer. De praktijk leert dat sommige scholen veel moeite doen om pesten tegen te gaan. Anderen doen niets. Goed beleid kan het pesten met dertig procent verminderen, blijkt uit recent onderzoek. Zoek uit hoe jouw school omgaat met pesten. Van der Meer: "Vind niet in je eentje het wiel uit. Praat over het belang van een anti-pestbeleid met collega's en directie." - Wacht met ingrijpen op een heterdaadje
"Maak ouders duidelijk dat je het áltijd wilt weten als er gepest wordt. Als je het weet, vang je de signalen beter op", tipt Gon Docter, directeur van openbare basisschool De Duizendpoot in Almere. "Een kind dat langs de stoel van een ander kind schampt, kan daardoor een heel andere betekenis krijgen", weet de directeur die zelf zeventien jaar voor de klas stond. Maar zeg als leerkracht nooit tegen de klas: ik heb van de vader van Pietje gehoord dat hij gepest wordt. "Dan klik je en dat is funest", stelt Bob van der Meer. "Daarmee overtreed je een sociale norm. Als ouders of leerlingen een pestsituatie melden, vraag dan naar de feiten: wie zijn de pesters; wat doen ze en waar. Voorkom vage beschuldigingen. Deel je kennis met je collega's, zodat zij ook alert kunnen zijn op de genoemde kinderen. Wacht vervolgens op een heterdaadje en grijp in. Zeg: zo gaan we hier niet met elkaar om." Docter vult aan: "Benoem in de klas wat je ziet. Zeg: ik zag dat je tegen die stoel aanschampte. De leerling moet zich verantwoorden en de hele klas ziet: dit kan niet ongestraft." - Stel met de klas omgangsregels op
Naast het slachtoffer en de pestkoppen bestaat er een grote ‘zwijgende middengroep'. Die kinderen worden vaak vergeten bij de aanpak van het pesten omdat ze noch actief meedoen noch slachtoffer zijn. Leg uit dat mensen die hun mond houden medeverantwoordelijk zijn. Het opstellen van omgangsregels helpt om deze groep te mobiliseren. Geef de leerlingen twintig minuten om zelf regels op te stellen, zoals: je mag niet roddelen of niemand mag worden buitengesloten. Verzamel ze en zet de meest genoemde regels bovenaan. Laat alle leerlingen er een handtekening op zetten en geef het papier een prominente plek in de klas. Geef kinderen een kopie mee voor thuis, zodat de ouders ook op de hoogte zijn van de regels in de klas. - Accepteer geen slappe excuses van pestkoppen
"Ga uit van je eigen norm. Vind jij het leuk om sukkel genoemd te worden? Accepteer jij het dat iemand ‘houd je bek' tegen je zegt? Waarschijnlijk niet. Op het moment dat je denkt: dit klopt niet, moet je meteen ingrijpen", adviseert Peter Teitler, docent bij scholengemeenschap Het Baken in Almere en werkzaam bij het Seminarium voor orthopedagogiek in Utrecht. Laat je niet meeslepen door de excuses van de pestkoppen, zoals: het was maar een geintje. Het slachtoffer durft dergelijke smoesjes waarschijnlijk niet tegen te spreken. Doe er wat aan. Laat geen enkele overtreding van de omgangsregels zonder gevolgen." - Stel je op als leider van de groep
"Geef als leerkracht steeds het goede voorbeeld", zegt José Sagasser, docent bij de Hogeschool Domstad, een katholieke pabo in Utrecht. "Maak zelf geen grapjes die kwetsend kunnen zijn voor kinderen. Accepteer nooit een ‘het is zijn eigen schuld verklaring'. Dan laat je kinderen in de steek. Het gaat niet om de schuldvraag, het gaat om het oplossen van de situatie." Neem stelling, vult Peter Teitler aan. "De docent is de leider van de groep. Laat bij ongewenst gedrag aan alle leerlingen zien dat jij pesten niet normaal vindt. Gon Docter: "Neem het initiatief om een potje te voetballen met een kind dat vaak buitengesloten wordt. Wie gaat er mee voetballen met Pietje en mij? In het basisonderwijs werkt dat perfect." - Weet wat er speelt in de klas...
Pesten speelt zich meestal in het geniep af. "Leerlingen weten perfect te verbloemen dat er gepest wordt. Tachtig tot negentig procent van wat er gebeurt, krijg je als leerkracht niet mee", weet Bob van der Meer. Om er toch achter te komen wat er speelt, kan je (anoniem) enquêtes afnemen naar het welbevinden van de leerlingen. Formuleer vragen als: hoe gaat het met je; vind je het plezierig in deze klas; wie zorgt ervoor een plezierig klimaat in de klas en wie niet. De uitkomst van de enquête kan aanleiding zijn om erover te praten. Peter Teitler adviseert daarnaast om regelmatig gesprekjes te voeren met álle leerlingen om te weten wat er speelt. José Sagasser raadt docenten in het basisonderwijs aan om veel met collega's over de kinderen te praten. - ...En buiten de klas
Pesten gebeurt niet onder jouw neus in de klas, benadrukken Peter Teitler en Gon Docter. "Het gebeurt op de gang, op de trap, in de fietsenstalling, op weg van school naar huis. Als leraar moet je daarom ook buiten de klas aanwezig zijn. Surveilleren zorgt voor een veilig klimaat. Je staat buiten, je bent er. Je ziet welke kinderen in hun eentje een boterham zitten te eten." Een andere goede tip van Teitler: "Praat met de gymdocent. Die ziet kinderen in een andere situatie. Of observeer eens een gymles van je (mentor)klas." - Let extra op kinderen die afwijken
Pesten kan iedereen overkomen, benadrukken alle deskundigen. Het maakt niet uit of een kind een bril heeft, dik of juist dun is of rare kleren draagt. Maar kinderen die op de een of andere manier afwijken van de groepsnorm lopen wel een groter risico. Een Amsterdams kind op een Twentse school, een hoogbegaafd kind of een kind met adhd bijvoorbeeld. Een kind met een ‘bijzondere afwijking' kan je ook aanbieden er een spreekbeurt over te houden, zegt Bob van der Meer. "Een docent liet een kind met Gilles de la Tourette, een aandoening waarbij een patiënt te pas en te onpas vloekt, dat doen. De docent presenteerde het kind als een fenomeen, benadrukte dat het bijzonder is om zo'n jongen in de klas te hebben. Daarna was het pesten over. De docent bepaalt de norm."
Bronnen:
- www.nl.wikipedia.org/wiki/Cyberpesten
- www.straksvoordeklas.nl/index.php/mijn%20vak/tips/6
- http://www.cyberpesten.be/

Geen opmerkingen:
Een reactie posten